Opa O. is nogal op zijn hommels gesteld.
Die mag niet zomaar iedereen in het wilde weg doen brommen.
Maar kijk, kleine Kobe
- zo gaat dat tussen kleinkinderen en opa's en oma's -
mag iets meer.
Zou hij de hommel niet met laken en al
van de tafel trekken?
Zal hij geen krassen op het notenhout of het cederhout maken?
Zevert hij hommel Les Cygnes niet helemaal onder?
Begint hij er niet aan te zabberen als aan alles?
Trekt hij de snaren niet aan stukken,
de stemsleutels uit hun voegen?
Daar maakt opa zich nu allemaal geen zorgen om.
En bovendien:
hopelijk is het hem een beetje aangeboren.
Dat zou opa wel hopen:
een hommelaar in spe aan het werk.
Tot hij misschien met de viool van zijn papa
in aanraking komt. Oei, en peter Filip is ook violist!
Misschien wordt dat wel zijn instrument.
De beste oplossing zou zijn:
multi-instrumentalist worden.
De violen van Opa P.P en papa en peter,
de gitaren van mama en opa en nonkel Wie,
de piano's van mama en meter Lau,
de cello van meter Lau,
de drums van nonkel Wie,
en wie is er nog zoal?
Maar laten we eenvoudig beginnen
en een liedje zingen,
van een, twee, drie tot op de knie.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten